‘Frits Bosch ging terug naar de achttiende eeuw en is daarmee op invoelende wijze in het bewogen leven van zijn voorvader Adam gedoken. De keuzes die Adam destijds tegen wil en dank heeft moeten maken, zijn door de auteur op boeiende wijze in De Tromslager gereconstrueerd.’
Marjon Nooij, (recensent en redacteur literatuur, 30-11-2021).

1 ‘Ik vind dat je in dit boek op een hele mooie menselijke manier de geschiedenis maar ook het lijden en het plezier van het leven goed samen weet te brengen.’ (Bert van Galen , redacteur Radio Zaanstreek, 12-11-2021)

2  ‘Is echt een ontzettend leuk boek. Ik heb het in één ruk uitgelezen’ (Rob Meijer, 14-11-2021).

3  ‘Ik heb het boek De Tromslager met heel veel plezier gelezen! Het is duidelijk te zien dat u heel wat voorwerk heeft gedaan. Dat zie je regelmatig terug in het boek. Grave komt veelvuldig voor. Nogmaals: een heel fijn boek en als je begint te lezen, blijf je lezen!’ (Jan Timmermans, Graafs museum, 19-11-2021)

4 ‘Boeiende historische omgevingen en gebeurtenissen, deels in voor mij bekend gebied. Zo bezocht ik deze zomer Grave, zonder te weten dat ik als het ware in jouw boek liep. Ook mooie passages in Haarlem en omstreken, van de poorten tot het Visserspad. Ik heb het boek met plezier gelezen en ben benieuwd naar je volgende project, als dat er al is (?)’ (Bert van Raalte, psycholoog, 22-11-2021)

5 ‘Hartelijk dank voor het toezenden van uw boek De Tromslager voor de bibliotheek van de vereniging. Met veel genoegen en interesse heb ik het gelezen, mijn complimenten voor het verhaal en de historische feiten. Erg leuk om herkenbare passages over Huisduinen en Den Helder te lezen.’ (Rens Schendelaar, Historische vereniging Den Helder, 22-11-2021)

6 ‘De Tromslager is een prachtige roman. Het verhaal voert je terug in de tijd en is zo meeslepend dat je het echt voor je ziet. Heel bijzonder dat de auteur dit over een van zijn voorouders heeft geschreven.’ (Review op Bol van Smile1307 50-59 jaar uit Lemmer, 1 december 2021)

     

Noodhospitaal Koedijk

Schoppend en gillend wordt hij wakker, zonder besef van tijd en plaats. Niet alleen zijn gehavende been bezorgt hem pijn, maar de voortdurende spanning verkrampt zijn hele lichaam.
Met de hygiëne is het slecht gesteld, af en toe wordt er een emmer vuil water neergezet bij de gewonden. Als hij ’s nachts gaat plassen en buiten in het donker een kuil met een paar planken moet bereiken dat als tijdelijk gemak is ingericht, glijdt zijn kruk weg en landt hij onfortuinlijk in
een plas diarree.

Aankomst in Haarlem

‘De gewonde strijders varen over meren en kanalen. Adam is de enige Zwitser aan boord en heeft weinig zin om te praten. Af en toe vangt hij wat flarden op van gesprekken. Veel soldaten zijn zwaargewond. De Engelse en Russische krijgsgevangenen praten weinig; ze zijn angstig voor wat hun boven het hoofd hangt. De Nederlanders lachen veel en wisselen tips uit over goedkope hoeren in Haarlem. Een paar uur later doemen er aan de horizon een molen en een kerktoren op. Adam is nooit eerder in Haarlem geweest, op het eerste gezicht lijkt deze stad wel een beetje op Breda. Het schip meert aan voor een statig pand met twee witte beelden op het dak. Er is aan de kade een enorme bedrijvigheid van burgers en al of niet gewonde soldaten van verschillende nationaliteiten.
Adam heeft wat hulp nodig om met zijn gespalkte been de kade op te stappen.
‘Wat is er met u gebeurd?’ vraagt een vriendelijke jonge vrouw. ‘Keetje Hodshon, aangenaam.’
Hij weet niet goed hoe hij moet reageren. Met haar mooie blonde krullen, lange witte empirejurk en gouden sieraden lijkt deze vrouw wel een prinses. Zelf ziet hij er niet bepaald representatief uit met een baard van twee weken, spalk en opengeknipte broek met bloedspetters. Hij stelt zich ook voor en vertelt kort hoe hij gewond is geraakt. Keetje fronst haar wenkbrauwen.
‘Ik wil U met alle liefde een slaapplaats aanbieden op een van mijn logeerkamers, maar gezien uw kwetsuur denk ik dat het beter is dat u nu snel naar het Gasthuis gaat.’
Ze geeft Adam een stevige arm en loopt met hem naar een rij paard-en-wagens die al klaarstaat om de gewonden weg te brengen. Haar parfum ruikt naar alpenweide.
‘Veel succes, mijnheer Bösch.’
Gesprek met chirurgijn in gasthuis Haarlem
‘Waarom bent u hier?’
‘Bij Bergen was mijn bataljon in gevecht met de Russische troepen en toen kwam er een enorme explosie en verloor ik mijn bewustzijn.’
‘Wat is uw rang?’
‘Eh muzikant, ik ben tromslager.’
‘En toen dachten de Russen, die man is gevaarlijk, die moeten wij uitschakelen!’ zegt de chirurgijn smalend en zijn bulderende lach is tot ver in de gang te horen. De zuster vertrekt geen spier.
Adam vertelt over de explosie, dat zijn been waarschijnlijk is gebroken en dat hij veel last heeft van angstige herinneringen.
‘Wie heeft die spalk aangelegd?’
‘De chirurgijn van mijn regiment.’
‘Mag ik even kijken?’
De chirurgijn buigt Adams knie en draait zijn been een kwartslag.
‘Aauw,’ schreeuwt Adam.
‘Uw been herstelt goed. Wanneer is die spalk aangelegd?’
‘Een paar dagen geleden,’ zegt Adam, bijkomend van de pijn.
‘Niks aan doen, die spalk is prima, je kan nu naar huis en nog drie weken oefenen met de krukken.’
Adam protesteert: ‘Maar ik heb hier helemaal geen huis en mijn regiment is onderweg naar Deventer. Ik kan nog niet goed lopen en die gruwelijke beelden blijven maar terugkomen in mijn hoofd.’
De chirurgijn spreidt zijn armen: ‘Mijnheer Bösch, u denkt toch niet dat ik mij met dit soort onzin ga bezighouden? Er liggen hier in dit gasthuis wel tachtig oorlogsgewonden met ernstige lichamelijke aandoeningen. Mijn diagnose is dat u herstellend bent van een beenbreuk en dat u last heeft van een lichte vorm van nostalgia. U mag hier van mij nog één nacht blijven, morgenochtend krijgt u de krukken. Als u ze heeft teruggebracht kan u wat mij betreft weer trommelen, begrepen?’

De cover van mijn boek ‘De Tromslager’.

Archiefmateriaal Tromslager

Je kunt Frits Bosch ook volgen via LinkedIn en Twitter.

Signeersessie